Op 1 januari 2017 start het lage-inkomensvoordeel met als voordeel voor werkgevers die laagopgeleide werknemers in dienst hebben of aannemen een jaarlijks voordeel van 2.000 euro per werknemer.

Het lage-inkomensvoordeel

Vanaf 1 januari 2017 kunt u een vergoeding krijgen om bijvoorbeeld langdurig werklozen of mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Door deze financiële bijdrage blijven de loonkosten laag voor werknemers die tussen 100 – 125% van het minimumloon (van een 23-jarige) verdienen. De Belastingdienst keert op basis van gegevens van UWV de vergoeding over 2017 aan u in 2018 automatisch uit. U hoeft zelf geen aanvraag in te dienen.

De voorwaarden voor lage-inkomensvoordeel

Voor werkgevers die gebruik willen maken van het LIV geldt:

1.   U krijgt per jaar maximaal € 2000 voordeel op de loonkosten per aangenomen werknemer. Dit geldt als de werknemer 40 uur per week werkt, 100-110% van het minimumloon (van een 23-jarige) verdient én dat jaar minstens 1.248 uur bij dezelfde werkgever werkt. De werknemer mag jonger zijn dan 23 jaar.
2.   U krijgt per jaar maximaal € 1.000 voordeel op de loonkosten per aangenomen werknemer. Dit geldt als de werknemer 40 uur per week werkt, 110-125% van het minimumloon (van een 23-jarige) verdient én dat jaar minstens 1.248 uur bij dezelfde werkgever werkt. De werknemer mag jonger zijn dan 23 jaar.
3.   Het loonkostenvoordeel wordt in verhouding (naar rato) berekend op basis van het aantal gewerkte uren per jaar.